Prive Sauna Akwa > Last Minute Prive Sauna > Last Minutes Everberg >

PRIVE Sauna AKWA

Wellness voor lichaam en geest

Charter van Kortenberg

 

Het Charter van Kortenberg verleende en bevestigde vrijheden. Het was de eerste Brabantse grondwet, waarin de invloed van de Brabantse steden op het landsbestuur als derde stand, naast deze van de hertog en de adel, formeel werd bevestigd. Deze eerste constitutionele tekst van het hertogdom vormde door de eeuwen heen een inspiratiebron voor de vormgeving van de verhouding tussen vorst en steden.

De grote vernieuwing van het Charter van Kortenberg lag vooral in de Raad die werd opgericht om toe te zien op de naleving van de bepalingen. Deze raad bestond uit 14 leden, 4 edelen en 10 stedelingen uit Leuven, Brussel, Antwerpen, 's Hertogenbosh, Tienen en Zoutleeuw. Zij moesten toezicht houden op het bestuur. Als de landsheer zijn verplichtingen niet naleefde waren zijn onderhorigen ontslagen van hun plicht en trouw. 

Het Charter van Kortenberg werd op 27 september 1312 ondertekend door hertog Jan II van Brabant (1294-1312), op zijn achtendertigste verjaardag. De zieke heerser wilde hiermee een (zoals hij het zag: eeuwig) antwoord bieden op de sociale spanningen in Brabant die zijn regeerperiode kenmerkten en zo ook de opvolging door zijn mindejarige zoon veiligstelen. Bovendien hadden opstanden, oorlogen, schenkingen en andere regelingen de Brabantse schatkist veel gekost. Het document was dan ook een soort schuldvereffening met de steden om de opvolging van de hertog te verzekeren Dat vertaalde zich dan ook naar het eeuwige karakter van het charter. De vermelde punten worden door ale partijen erkend. Exact éên maand na de ondertekening overleed hertog Jan II en werd hij opgevolgd door Jan IIl (1312-1355).


Onderaan vindt u de volledige tekst van het Charter van Kortenberg. Hieronder de belangrijkste punten uit deze belangrijke oorkonde:


Jan II Hertog van Brabant bevestigt aan de edelen en steden van het hertogdom dat hij akkoord gaat om

- Geen andere belastingen te vragen dan in de bekende gevallen: bij het ridderschap van zijn zoon, bij het huwelijk van zijn dochter en bij een eventuele gevangenneming van hemzelf. De belastingen zullen redelijk zijn.

- Een eerlijke rechtspraak te geven aan rijk en arm.

- De vrijheden van de steden te erkennen.

- Een Raad op te richten die zal bestaan uit:
• vier ridders of edellieden;
• tien afgevaardigden van de belangrijkste steden (drie van Leuven, drie van Brussel, een van Antwerpen, een van 's Hertogenbosch, een van Tienen en een van Zoutleeuw). 

- Die Raad zal om de drie weken vergaderen in de abdij van Kortenberg om te controleren of alle hierboven genoemde afspraken worden nageleefd.

- In de toekomst worden verbeteringen aangebracht aan het beheer van het land via deze Raad.

- Bij overlijden van de leden van de Raad van Kortenberg worden nieuwe leden aangewezen.

- De leden van de Raad leggen de eed af op het Heilig Evangelie (de bijbel) dat ze het algemeen welzijn zullen nastreven.

- Het volk heeft het recht zich tegen de hertog te verzetten als hij of zijn nakomelingen weigeren het Charter van Kortenberg na te leven.
Charter van KortenbergCharter van Kortenberg (Stadsarchief Leuven)
Tekst van het Charter van Kortenberg
In den name des Vaeder, Soens ende sHeileghs Gheests, swels ane roepen es goet beghinsel, beter
middel ende dbeste endsel.
Wij Jan bi der gratiën Gods hertoghe van Lothrike, van Brabant ende van Limborch, aneroepende
de hulpe sVaeder, Soens ende sHeileghs Gheests, anesiende ende begherende de zalecheit onser
vorderen ende oec de zalecheit van ons, van onsen hoyr ende onser nacomelinghe ende de noet,
proffit ende ghemeine nutscap ende orbore van al onsen lande ende onser liede ghemeinlec, rike
ende aerme, omme volcomene redene te doene ende te volghene met dogheden, alle aercheit achter
ghelaten, ende sunderlinghe omme de gheonstecheit ende de ghetrouwe dienste die onse liede van
onsen lande altoes hebben ghedaen onsen vorderen ende ons, ende
dien wij hopen dat si altoes vortane doen seien, hebben onsen lieden ende onsen lande ghemeinlec
ghegheven, mechtech ende volcomen ons sins ende onser redenen, met deliberatien ende met
volcomenen ende ripen rade, ende met ghemeinen ende vollen ghevolghe, ende gheven te houdene
ende te ghebrukene ewelec vortane alle de 20 pointe ende articlen ende elc sunderlinghe die hier
naer bescreven staen; dat es te verstaene :
Eerstwaerf dat wij, noch onse hoyr, noch onse nacomelinghe nemmermeer binnen onsen lande
settinghe no bede nemen en seien, hensij omme ocoison van ridderscape, van huweleke ochte van
ghevangnesse, ende die bede sal men also weselec nemen dat niemen van onsen lieden mede
ghequetst no verlaeden en si.
Vort selen wij houden ende setten al onse lant te wette ende te vonnesse ende onsen lieden riken
ende aermen wet ende vonnesse doen ghelijc dat de brieve spreken diere op ghemaect sijn, ende in
manieren dat men de selve brieve van den vonnessen met goeden ripen rade versien sal; ochte enech
point der in es dat te beterne es ocht te suaer in eneghen dinghen onsen lieden ende onsen lande, dat
men dat altoes beteren ende verlichten sal metten rade der goeder liede van onsen lande ende metten
ghenen die men daer toe kiesen ende ordeneren sal, ghelijc dat hier naer bescreven es.
Vort selen wij onse hoyr ende onse nacomelinghe alle onse vrie stade houden in harre vriheiden
ende rechte die sij harebracht hebben, ende houden ende handelen de goede liede van den staden na
drecht van eiker stat van allen dinghen, ende daer boven niet werken noch laten werken in
engheerre manieren.
Vort selen wij ende onse nacomelinghe bi ghemeinen rade van onsen lande kiesen binnen lants viere
ridderen, de orborlecste ende de vroetste die men vinden mach omme slands orbore, ende drie
goede liede van Louene, drie goede liede van Brussele, enen goeden man vant Antwerpen, enen van
sHertoghen bosche, enen van Thienen ende enen van Leewe, ende dese die aldus gecoren worden
seien comen ende vergaderen te Cortemberghe van drien weken te drien weken, end seien mechtech
sijn, de welke macht wij hem gheven vor ons ende onse nacomelinghe, te verhoerne ende te wetene,
ochte enech ghebrec es in den lande van eneghen dinghen alse van den pointen die hier
voreghescreven sijn ochte hier namaels ghevallen moghe, in wat manieren dat sij ochte gheschien
mach, ende volle macht hebben van onsen weghen ende onser nacomelinghe altoes alle dese dinghe
te versiene ende te verbeterne, ende alle andre goede dinghe te makene ende te ordenerne op hare
beste na den orbore ons ende ons lands, ende dat si daer mede doen ende ordeneren seien dat dat
vast ende ghestaede blive sonder nemmermeer daer jeghen te doene ochte te comene van
onsen weghen ochte onser nacomelinghe in engheerre manieren.
Ende vort, ware dat sake dat enech van den vorgheseiden viere ridderen ochte van den andren
goeden lieden die hier toe seien ghecoren worden van live te doede ghinghe ochte niet orborlec en
ware te desen dinghen, dat men dan enen andren kiesen ende setten sal in sine stat bi rade van den
andren ende der goeder liede van den lande al te Cortemberghe.
Ende dese riddren ende goede liede die hier toe seien ghecoren worden, seien sueren op de
heileghen ende op de heileghe evangeliën dat si ons ende onsen nacomelinghen ende allen den
lieden van onsen lande, rike ende aerme, wale bewaren seien naest hare macht ende eiken houden in
sinen rechte, ende recht geschien doen na hare beste.
Ende ware dat sake dat de ridderen ende goede liede vorgheseit te Cortemberghe eneghe dinghe
makeden, visierden ochte ordenerden, ende wij ochte onse nacomelinghe ochte el yemen die dinghe
ochte enech daer af braken ochte niet houden en wouden, so consenteren wij ende willen vor ons
ende vor onse nacomelinghe dat men binnen onsen lande engheen vonnesse segghen noch dienst
doen en sal, tote ane der stont dat men die dinghe hilde ende geschien dade, ghelijc dat si daer
ghemaect ende gheordinert seien sijn.
Ende alle dese dinghe vorgheseeght van pointe te pointe ghelijc dat si hier vore ghescreven sijn,
gheloven wij bi trouwen ende sueren hant ten heyleghen op de heileghe evangeliën vor ons, vor
onse hoyr ende nacomelinghe omme nutscap ende proffit ons ende ons lands ende onser liede
ghemeinlec van onsen lande ewelec vast ende ghestade te houdene ende te doene houden, sonder
nemmermeer daer jeghen te comene bi ons no bi onse hoyr ochte nacomelinghe no bi niemen el,
ende dat wij nemmermeer no onse nacomelinghe no niemen van onsen weghen subtilheit, const,
wech ochte engien soeken en seien noch pinen te vindene, daer wij mede hier jeghen comen
mochten in enegher manieren.
Ende omme de meerre sekerheit ende eweleke vestinghe van desen dinghen so bidden wij, bevelen
ende heeten alle onse baronen van onsen lande, ridderen, beide banerache ende andren, ende allen
wie sij sijn die herscap hebben ende houden binnen onsen lande, ende de goede lieden van onsen
staden, grote ende deine, ende manense op de trouwe ende de hulde die sij ons sculdech sijn dat si
alle de vorghenoemde dinghe van pointe te pointe, ghelijc dat wise vore hebben gheloft, te houdene
ende op alselken heet alse wire toe ghedaen hebben gheloven te houdene vor hem ende vor hare
nacomelinghe ewelec vast ende ghestade.
Vort bidden wij, bevelen ende heeten alle de vorghenoemde die nu sijn ende wesen seien ten tide op
de trouwe ende de hulde vorgheseeght, waert dat wij, onse hoyr ochte onse nacomelinghe jeghen de
dinghe ende de pointe vorghenoemt in al ochte in deele comen wouden ochte die breken in enegher
manieren, dat si ons no onse hoyr noch onsen nacomelinghen enghenen dienst noch hulpe en doen
no onderdanech en sijn, tote an dier stont dat wij ghebetert hadden ende doen beteren ende op
rechten alle de broken diere toe gheschiet waren, in den stat ende der vormen ghelijc dat de dinghe
ende de pointe vorghenoemt boven ghescreven ende verclaert sijn.
Ende ware dat sake dat enech van onsen baronen, ridderen, banerache ochte andre ochte el yemen
die herscap onder ons houdt ochte liede van onsen staden die nu sijn ochte ten tide wesen seien
enech van desen vorghenoemden pointen breken wouden ochte daer jeghen quamen in enegher
manieren ochte daer jeghen comen wouden, die hebben wij al nu ghelijc dan vor ons, vor onse hoyr
ende nacomelinghe vor onwettech ende vor onghetrouwe, ende die vortane te enghenen
orconscapen no te wette no te vonnesse te staene.
Vort bidden wij, bevelen, heeten ende maenen alle onsen baronen, riddren, knapen ende liede van
onsen staden op de trouwe hulde ende heet vorghenoemt dat si ewelec alle de dinghe ende pointe
vorgheseght ende elc sunderlinghe deen den andren houden doen met eendrechtecheiden ende daer
toe helpen met erachte ende met machte, waert datter iemen jeghen quame ochte comen woude in
enegher manieren.
Ende alle dese dinghe ende pointe vorgheseeght ende elc bi hem ewelec van ons, van onse hoir ende
nacomelinghe te houdene ghelijc dat vore ghescreven es ewelec vast ende ghestade, daer toe
verbinden wij ons, onse hoyr ende nacomelinghe, ende renuncieren ende vertien vor ons ende vor
onse nacomelinghe alle dier dinghe beide van faite ende van rechte, in general ende in special, die
ons ochte onsen nacomelinghen helpen mochten ochte in staden staen jeghen dese letteren ende
daer dese jeghenwardeghe lettren in al ochte in deele hare cracht ochte hare virtut verliesen
mochten in enegher manieren.
Ende in orconscapen, vestinghen ende eweleker ghedinkenessen van alien desen dinghen die hier
vore bescreven sijn so hebben wij Jan, bi der gratiën Gods hertoghe vorghenoemt, dese
jeghenwardeghe letteren beseghelt met onsen seghele, ende bidden vriendelec ende erenstelec onsen
lieven ghetrouweghen, minen here Gerarde grave van Ghuleke, minen here Reynoude here van
Valkenborch ende van Monioye, minen here Florence here van Mechelne, minen here Gherarde
here van Dyest, borchgrave van Antwerpen, minen here Rasse here van Liedekerke ende van Breda, 
minen here Gherarde here van Horne, minen here Arnoude here van Wesemale, marscalc van
Brabant, minen here Arnoude van Wesemale here van Berghen, Heinrike van Louene, Phil(ipse)
grave van Vianen, here van Grimberg(hen), Phil(ipse) here van Rumste, Wouter here van Edenghen,
min here Heinr(ike) here van Duffle ende van Ghele, mijn here Goessine van Godsenhoue, minen
here Philipse van Liedekerke, here van Doluenhout, min here Jan Berthout die men heet van
Berlaer, here van Keerberghe, minen here Willemen here van Cranendonc, minen here Heinr(ike)
Camerlinc van Heuerle, minen here Janne here van Sombreffe, minen here Gherarde van
Quakebeke, minen here Godeuerde sinen broeder, riddren, minen here Daniele van Bochout, riddre,
minen here Gherarde here van Herlaer, minen here Rasse van Grauen, riddre, minen here Jan
Miewe onsen broeder, here van Wauere ende van Donghelberghe, minen here Amoude van
Helbeke, riddre, minen here Arnoude Lombard van Ysche, minen here Willemen van Bouler, riddre,
minen here Robbrechte van Ghore, riddre, minen here Gherlacke van den Bosche, riddre, minen
here Henrike van Meldert. riddre, minen here Janne van Radsenhoue den houden, minen here Janne
van Radsenhoue den jonghen, minen here Carle van der Rivieren, minen here Janne van Ophem,
minen (here) Jacoppe van Gentines, ridderen, Janne here van Augimont ende van Waelhem,
Gherarde here van Marbays ende borchgrave van Brussele, Gherarde here van Ghete, Lodewijc van
Lummele, voght van Haspegouwe, here van Chaumont, Willem here van Rotselaer, Alard here van
Reuie, Robberecht van Asche, Gherarde van Aa, ende onsen lieven lieden van onsen staden ende
van onsen vriheiden van onsen lande, dats te wetene van Louene, van Brussele, van Antwerpen, van
sHertoghen bosche, van Thienen, van Leewe, van Niuele, van Gheldenake, van Liere, van
Herenthals, van Turnhout, van Hanut, van Viluorden, van der Vuren, van Ysche, van Merchtene
ende van der Capellen, dat si hare seghele hanghen metten onsen an dese jeghenwardeghe letteren
in kennessen der waerheit ende in ghestedecheiden ende eweleker vestinghen van alle den dinghen
ende pointen vorgheseght.
Ende wij Gherard grave van Ghuleke, Reynoud here van Valkenborch ende van Monioye, Florens
Berthout here van Mechelne, Gherard here van Diest, borchgrave van Antwerpen, Rasse here van
Liedekerke ende van Breeda, Gherard here van Home, Arnoud here van Wesemale, marscalc van
Brabant, Arnoud van Wesemale here van Berghen, Heinric van Louene, Philips grave van Vianen,
Philips here van Rumst, Woutre here van Edenghen, Heinr(ike) here van Duffle ende van Ghele,
Goessin here van Godsenhoue, Philips van Liedekerke here van Huluenhout, Jan Berthout die men
heet van Berlaer, here van Keerberghe, Willem here van Cranendonc, Heinric Camerlinc here van
Heuerle, Jan here van Sombreffe, Gherard van Quakebeke, Godeuert sijn broeder, Daniel van
Bochout, riddren, Gherard here van Herlaer, Rasse van Grauen, riddre, Jan Mieuwe here van
Wauere ende van Donghelberghe, Arnoud van Helbeke, Arnoud Lombard van Ysche, Willem van
Bouler, Robberecht van Ghore, Gherlac van den Bosche, Heinric van Meldert, Jan van Radsenhoue
doude, Jan van Radsenhoue de jonghe, Carie van der Rivieren, Jan van Ophem, Jacop van
Genetines, riddren, Jan here van Augimont ende van Walhem, Gherard here van Ghete, Lodewijc
van Lummele, voght van Haspegouwe, here van Chaumont, Willem here van Rotslaer, Alard van
Reuie, Robbrecht van Asche, Gherard van Aa, ende wij scepenen ende raet van den vorghenoemden
staeden ende vriheiden van Brabant, mids beden, gheheete ende bevelen ons liefs heren shertoghen
vorghenoemt, gheloven met trouwen ende op de hulde die wij onsen vorghenoemden here sculdech
sijn alle de dinghe ende de pointe vorghenoemt ewelec te houdene vast ende ghestade, ghelijc dat se
onse here vorghenoemt (heeft gheloft te houdene), ende ons heet ende bevelt te houdene. Ende in
orconscapen hier af ende in eweleker ghedinkenessen ende ghestedecheit van allen desen dinghen
mids ons heren bede, heetene ende bevelen so hebben wij onse seghele metten sinen ghehanghen an
dese jeghewardeghe letteren in kennessen der waerheit.
Ende wij Jan hertoghe vorghenoemt en willen niet, al waert dat an dese letteren een seghel ochte
meer ghebraken van den ghenen die hier vore ghenoemt sijn, dat daer omme dese letteren hare
cracht Verliesen in neghenen van haren pointen, noch in engheerre manieren ghemindert sijn, maer
wij willen dat dese lettren in allen haren pointen in harre cracht ende in harre voire virtut bliven,
ghelijc dat alle de seghele van allen den ghenen diere vorghenoemt sijn der ane ghehanghen waren.
Ende gheloven op onsen heet vorghenoemt, waere van eneghen pointe vorghenoemt iet te lettel 
ghedaen ochte datter iet ane ghebrake te doene, dat wij dat ochte onse nacomelinghe altoes voldoen
seien waer bi dat al de dinghe vorghenoemt in eweleker ghestedecheiden bliven ende bliven seien.
Dese lettren waren ghemaect int jaer van der incarnatien ons Heren alse men screef M CCC ende
tueleve, in de maent van septembre, swoensdaghes vor sente Baefs dach.