AKWA Beauty & Wellness

Wellness voor lichaam en geest

Wellness door de eeuwen heen


Wellness kent een lange geschiedenis. Baden om te herstellen of te genezen is niet iets uitzonderlijks voor onze tijd. Wellness vindt haar oorsprong in de oude badcultuur.

Mensen hebben door de eeuwen heen hun lichaam verzorgd. Al vóór onze jaartelling zochten mensen heil door water en therapieën met elkaar te verbinden en ondernomen ze activiteiten gericht op ontspanning van de geest en probeerden ze te genezen of trachten ze zich te ontdoen van allerlei kwalen. Dat was al in de oertijd en bij de Grieken maar het waren de Romeinen die een hoogstaande badcultuur ontwikkelden. 

De Romeinen kunnen beschouwd worden als de grondleggers van wellness. Zij bouwden luxueuze badinrichtingen en genoten van massages en lichaamsverzorging. 

De Romeinse keizers bouwden thermen voor het volk. De eerste keizerlijke thermen, de thermen van Agrippa, werden onder Augustus gebouwd. De achterkleinzoon van Agrippa, Nero, bouwde later zijn badhuis aan de thermen van Agrippa, waardoor dit één groot complex werd. De thermen van Nero zetten de standaard voor de keizerlijke thermen die daarna gebouwd werden.

De thermen van Caracalla (216) boden ruimte aan 1600 gasten.

Het waren echter de thermen van Diocletianus (298) die de grootste waren uit de oudheid. Het complex mat 376 bij 381 meter. De thermen boden plaats aan ongeveer 3000 mensen die allen tegelijkertijd konden baden.




De thermen van Diocletianus bestonden uit de typische standaarddelen van Romeinse thermen:

Caldarium - het heetwaterbad
Tepidarium - het warmwaterbad
Frigidarium - het koudwaterbad
Natatio - het openluchtzwembad
Palaestrae - sportruimtes
De ingang was aan de noordzijde




Het Romeinse badritueel kenden handelingen die in een vaste volgorde moesten afgelegd worden. Eerst ging de badgast naar het palaestra om te sporten en zich zo op te warmen. Hierna volgde het frigidarium, het koude dompelbad. Vervolgens ging hij naar het tepidarium, een lauwwarm en droog vertrek. De bezoeker liet zich daarna inoliën waarna hij naar het caldarium ging om te genieten van een zweetbeurt. Na zich uitvoerig te wassen kreeg men een scrub om vuil te verwijderen. De huid werd vervolgens ingewreven met een verzorgende crème. Het uitgebreide badritueel werd afgesloten met een lange rustperiode.

Het hoofdgebouw van de thermen van Diocletianus werd in de zestiende eeuw een kerk, de Santa Maria degli Angeli e dei Martiri. Deze werd tussen 1563 en 1566 door Michelangelo gebouwd in het vroegere tepidarium en frigidarium.

Het aantal badhuizen breidde zich in de loop van de tweede en derde eeuw uit omdat de Romeinen in de gebieden die zij veroverden nieuwe badhuizen bouwden. Door de enorme uitbreiding van het Rijk werd de badcultuur verspreid. Zo waren er thermen in Trier, Aken, Baden-Baden, Wiesbaden en Bath en ook in het Limburgse Heerlen.

Met de komst van het christendom, werd baden ter bevordering van de gezondheid aan banden gelegd. Men zag lichaamsverzorging als een uiting van ijdelheid en wat werd geassocieerd met het heidense en het goddeloze.

Het duurde tot de kruistochten voordat het gezondheidsbaden weer enigzins populair werd. De kruisvaarders maakten kennis met de openbare badhuizen in het Midden-Oosten en introduceerden deze vervolgens (terug) in onze contreien. In Spanje herrees onder invloed van de Moren, een islamitische bevolkingsgroep, de belangstelling voor het baden. Men reisde naar heilzame oorden om te genezen. Wie in die tijd een longaandoening had of last had van bloedspuwingen bracht een bezoek aan Egypte. Wie gebukt ging onder vermoeidheid, trok naar de dennenbossen.Uit de Middeleeuwen zijn de badkamers met houten kuipen in kloosters, burchten en burgerhuizen bekend.
De bewoners van de kloosters maakten in die tijd veel gebruik van de baden, behalve in de vastentijd,dan was het verboden. Kruiden werden steeds vaker toegepast en het beroep badknecht bestond al in die tijd.

In de 15e eeuw werden plaatsen met natuurlijke bronnen steeds vaker bezocht om te baden. Op Tsjechisch grondgebied wellen minerale bronnen op die al vanaf het begin van de 15° eeuw gebruikt worden. Tijdens het Ottomaanse Rijk (15e-17e eeuw), bouwden de Turken stoombaden, met de bekende ronde koepels. Bij warme bronnen werden badcomplexen gebouwd. Badreizen en kuurverblijven van langere duur werden een zaak van hoog aanzien en prestige. In de volksgeneeskunde werd het gebruik van heilzaam water veelvuldig toegepast. Naar het motto "veel helpt veel" gingen de mensen in de Middeleeuwen urenlang achter elkaar baden en dat enkele keren op een dag. De kuur werd "Hautfresser" genoemd vanwege het lange verblijf in het water om de poriën te openen en zo de onderliggende organen te bereiken en te reinigen. In de 16e eeuw werd het lichaam door de onderlaag van de samenleving nog sterk verwaarloosd. Ook de hogere lagen legden meer nadruk op uiterlijkvertoon dan op gezondheid. Kleding, parfums, poederkwasten en drinkkuren waren in die tijd erg in zwang. Rond 1750 bestond er een speciale piramide-kuur met als doel het drinken van water op te voeren tot 70 kopjes per dag. De regelmatige bezoeker had zijn eigen beker die in een soort garderobe bewaard kon worden. Naast het drinken van een voorgeschreven hoeveelheid water bestond een kuur uit een dieet, lichaamstherapie, gymnastiek en baden in water.

De Renaissance was een bloeitijd voor de schoonheid en cultuur en werd gezien als de wedergeboorte van de klassieke oudheid. Het “kuren" werd beschouwd als een nieuwe geneesmethode. Per decreet werd aan steden de status van helende plaats verleend en vaak genoten deze steden privileges van vorsten. In Duitsland kreeg de natuurgeneeskunde vaste voet aan de grond. Bekende namen in de hydrotherapie zijn Vincent Priessnitz (1799-1851) en Sebastian Kneipp (1821-1897). Badsteden groeiden uit tot sociale ontmoetingsplaatsen waar gemeenschappelijk werd gebaad en waar masseurs en schoonheidsspecialisten zich ontfermden over het welzijn van de badgasten. Er werd gegeten en gedronken in het water, er werd gebabbeld, men amuseerde zich terwijl muziek gespeeld werd. 's Avonds werd er gedanst en was er amusement in allerlei vormen. Grote gastenverblijven en badhuizen beschikten over bassins met thermaalwater. Steden als Aix les Bains, Bad Ems, Baden Baden en Montecatini Terme waren echte kuuroorden. Tijdens de Renaissance was er al een duidelijke link van gezond bezig zijn en de ontspannende wellnesscultuur zoals we die in onze tijd kennen.

Het duurde tot de achttiende eeuw voordat "kuren"terug werd gezien als een natuurgeneesmethode. Vooral de hogere klasse, de elite dronk bronwater, ging baden in thermaalwater en ontspande zich.  

De kuurtraditie van België kent zijn oorsprong in het Ardense Spa. De kuuroorden van Spa dateren al uit de zestiende eeuw. 

De stadslegende legt de oorsprong enkele eeuwen eerder. In het jaar 1326 besloot een zekere Colijn de Wolf (Collin Leloup) uit Breda zich permanent in Spa te vestigen. Hij kocht op 22 juni 1326 voor 700 Luikse guldens een perceel bos bij het dorpje dat later Oud Spa werd genoemd. Toen hij merkte dat het water in de nabijgelegen bron geneeskrachtig was, bouwde hij er een herberg bij. Rond die uitbating groeide langzaamaan een nieuw stadsdeel, Nouveau Spa.

Steeds meer inwoners gingen daarna een gastenverblijf uitbaten. Halverwege de zeventiende eeuw was Spa op die manier  uitgegroeid tot een volwaardig stadje met ongeveer 150 huizen. Gedurende de zeventiende eeuw ging de kuurgast zich meer en meer de publieke ruimte toe-eigenen, in navolging van een trend die zich eveneens op andere plaatsen in Europa afspeelde. In Spa bevonden de meeste mineraalbronnen zich in de heuvels rond de stad. De frisse buitenlucht en een wandeling bevorderden de genezing van allerlei kwaaltjes. Tot het einde van de zeventiende eeuw verkozen de kuurgasten drie locaties in Spa voor hun dagelijkse lichamelijke beweging: de Promenade de Sept-Heures, de Promenade de Quatre-Heures en de kloostertuin der kapucijnen. Hoewel de kloostertuin zowel voor mannen als vrouwen toegankelijk was, waren het promenades of prairies die het meeste succes hadden. De kuurders verzamelden in bepaalde weilanden om te wandelen of feest te vieren. De ets met de Tonnelet-bron toont de activiteiten rond een prairie.

Doordat het stadje een populaire ontmoetingsplaats was geworden voor de adel en de Europese burgerij, gaf Jozef II, de keizer-koster, in 1781 de stad de bijnaam het “Le café de l'Europe”. De welgestelde bourgeoisie liet er kasteeltjes bouwen. Talrijke gekroonde hoofden, componisten en schrijvers verbleven in Spa.  In de negentiende eeuw werd Spa internationaal zo bekend dat in het Engels "spa" een soortnaam voor kuuroord werd. Spa was met zijn tientallen minerale bronnen tot 1940 een populair kuuroord.

In 1800 schreef een "ongenoemde schryver een welgeschrevene verhandeling over het nut van de minerale wateren en baden te Spa". De auteur geeft zijn mening over Spa:

"Deze baden zijn van veel nut ter geneezing van een verouderde rheumatismus, in sommige soortes van beroertes, in de podagra, in de meeste ziektens van de opperhuid, en vooral in verlammingen van gebeenderen en gewrigten, in welke gevallen tevens eene zoogenaamde douche wordt aanbevolen,..., wanneer men gelijktijdig door een bekwame frotteur (wrijver) dugtig gewreven wordt."¹

Nederland heeft geen echte badhistorie. Het kende in de negentiende eeuw hooguit de badkoets. De badgast klom op het strand in de koets, waarna deze in het water werd geduwd of getrokken door een paard. Eenmaal in het water daalde de badgast, inmiddels gekleed in een badkostuum, het trapje af in de zee.

Pas met de bouw van het Kurhaus in Scheveningen in 1885 werd de badcultuur ingeluid. 


Dr. Johann Georg Mezger (1838-1909) was in die tijd een gedreven fysiotherapeut met een gerenommeerde praktijk in het Zeeuwse Domburg. Domburg werd in toeristische gidsen aangeprezen als een rust- en herstellingsoord. Of zoals Mezger zelf verklaarde: “Domburg vindt als gezondheidsoord in Europa zijns gelijken niet. Geen plaats aan de kusten der Noordzee, noch aan den Atlantischen Oceaan is er mede te vergelijken. Alleen enkele plaatsen aan de Engelse kust kunnen in de schaduw staan van de Walcherse badplaats. Domburg is nog steeds de asschepoester onder de badplaatsen, doch verdien eene prinses te zijn.”² Mezger hechtte naast het kuurbaden veel belang aan massage. Hij werd dan ook de man met de gouden duimen genoemd.







Verhandeling over het nut van de minerale wateren en baden te Spa Amsterdam 1800

Domburgsch Badnieuws 2 mei 1987 pagina 3

2008 | 1 april 2008 | pagina 36 Periodieken van Erfgoed Vereniging Heemschut

LES DELICES DU PAÏS DE LIÉGE, OU DESCRIPTION GEOGRAPHIQUE, TOPOGRAPHIQUE ET CHOROGRAPHIQUE DES MONUMENS SACRÉS ET PROFANES DE CET EVÊCHÉ-PRINCIPAUTÉ ET DE SES LIMITES [BAND 3; DEEL 2]
DE SAUMERY, PIERRE LAMBERT; DE CRASSIER, GUILLAUME; LE LOUP, REMACLE; XHROUET, JOSEPH; FINES, LOUIS; KILIAN, PHILIP; NATALIS, MICHAEL

 
E-mailen
Bellen
Map
Info
Instagram